Uitgelicht - Kinderen gebaat bij plaspoli

01 mei 2012

Sinds de opening in 2004 voorziet de plaspoli van het Scheper Ziekenhuis in een duidelijke behoefte. Elk jaar worden circa tweehonderd nieuwe kinderen onderzocht en behandeld door een team van specialisten. ‘Met succes, want bij de grote meerderheid zijn de klachten binnen een half jaar verdwenen,’ benadrukt Anja Colijn, kinderarts in het Scheper Ziekenhuis.

Dit wekelijkse spreekuur is bedoeld voor kinderen vanaf vier jaar met uiteenlopende problemen. De grootste groep bestaat uit kinderen van vier tot en met acht jaar die overdag geregeld in hun broek plassen. Andere veelvoorkomende klachten zijn bedplassen en een terugkerende blaasontsteking. Incontinentie kan een behoorlijke impact op kinderen hebben, weet kinderarts Colijn: ‘Vaak zijn kinderen op school het doelwit van pesterijen waardoor ze heel onzeker worden. Met als gevolg dat sommige kinderen zelfs gedragsproblemen ontwikkelen.’

Vragenlijst
Kinderen die door de huisarts naar de plaspoli worden verwezen, krijgen eerst een uitgebreide vragenlijst thuisgestuurd. Ook moet een vochtlijst worden ingevuld waarmee de vochtinname en het aantal en de hoeveelheid plassen in kaart worden gebracht. Wordt een blaasontsteking vermoed, dan wordt het kind meteen door de kinderarts gezien. Is er sprake van ‘gewone’ natte broeken, dan melden kind en ouders zich eerst bij kinderverpleegkundige Hennie Zuidersma. Zij verzorgt de intake en laat het kind plassen op een speciale wc (flowmeter), die de kracht van de urinestraal meet. Deze meting geeft onder meer inzicht in de spierspanning van de bekkenbodem. Vervolgens maakt zij een scan van de buik om vast te stellen of er na het plassen urine in de blaas achterblijft.

Oorzaken
Aansluitend melden kind en ouders zich bij kinderarts Anja Colijn of Lidy van Overbeek. Deze specialist doet uitgebreid lichamelijk onderzoek en bestudeert de resultaten van het vooronderzoek. Met die informatie stelt de kinderarts de oorzaak van de incontinentie vast. In veel gevallen speelt het gedrag een belangrijke rol: tijdens het spel gunnen kinderen zich simpelweg geen tijd om naar het toilet te gaan. Een andere mogelijkheid is een te geringe blaasinhoud, waardoor het kind elk kwartier moet plassen. Ook een overprikkelde blaas of obstipatie (verstopping) kan tot urine-incontinentie leiden.

Behandelplan
Als de diagnose helder is, stelt de kinderarts een behandelplan op. In veel gevallen wordt gekozen voor toilettraining, waarbij het kind op de juiste manier en volgens een vast schema leert plassen. Een andere mogelijkheid is een bezoek aan de kinderfysiotherapeut, die het kind traint in het aan- en ontspannen van de bekkenbodemspieren. ‘En als er sprake is van psychosociale problemen, schakelen we de hulp van de medisch psycholoog in,’ licht Colijn toe. Volgens de kinderarts is de zorg voor kinderen met plasproblemen echt teamwerk. ‘Iedere discipline levert zijn eigen specifieke bijdrage, we vullen elkaar prima aan.’

Nu de plaspoli van het Scheper Ziekenhuis stevig op de rails staat, maakt kinderverpleegkundige Hennie Zuidersma zich op voor haar pensioen. ‘Ik heb dit werk altijd met heel veel plezier gedaan, want kinderen vormen een ontzettend leuke doelgroep.’ Ze heeft veel vertrouwen in de toekomst van ‘haar’ plaspoli, die ze als een ‘goedlopende trein’ omschrijft. ‘Mijn opvolger wordt al ingewerkt, de continuïteit is dus gewaarborgd.’

De zorg voor kinderen met plasproblemen is echt teamwork. V.l.n.r. kinderverpleegkundigen Linda Eefting en Hennie Zuidersma en kinderartsen Anja Colijn en Lidy van Overbeek
De zorg voor kinderen met plasproblemen is echt teamwork. V.l.n.r. kinderverpleegkundigen Linda Eefting en Hennie Zuidersma en kinderartsen Anja Colijn en Lidy van Overbeek
Terug naar nieuwsoverzicht

Laatste nieuws

<jscombiner:render_scripts [&quot;&quot;,&quot;&quot;,null]>